Pasta is een van de meest gegeten gerechten ter wereld, en dat is niet voor niets. Het is snel klaar, goedkoop en je kunt er eindeloos mee variëren. Van een simpele spaghetti bolognese op doordeweekse avonden tot een verfijnde tagliatelle met truffel in een restaurant. Weinig gerechten zijn zo veelzijdig als een bord met deegwaren. Toch weten veel mensen maar weinig over wat er achter dit dagelijkse eten schuilt.
De geschiedenis van pasta gaat eeuwen terug
Het verhaal dat Marco Polo pasta vanuit China naar Italië bracht, is een hardnekkige mythe. Al in de dertiende eeuw waren er in Italië documenten waarin pasta werd beschreven, lang voordat Marco Polo terugkeerde van zijn reizen. De Arabieren brachten waarschijnlijk gedroogde deegwaren naar Sicilië tijdens hun aanwezigheid op het eiland in de negende en tiende eeuw. Vanaf daar verspreidde het zich over de rest van het Italiaanse schiereiland. In de achttiende en negentiende eeuw groeide pasta uit tot een volksvoedsel in Italië, omdat het goedkoop en makkelijk te bewaren was. Vandaag de dag is Italië nog steeds het land dat de meeste pasta per hoofd van de bevolking eet: gemiddeld meer dan 23 kilo per persoon per jaar.
Meer dan honderd soorten deegwaren bestaan er wereldwijd
De verscheidenheid aan vormen is enorm. Lange soorten zoals spaghetti, linguine en pappardelle zijn populair voor sauzen op basis van olie of tomatensaus. Korte soorten zoals penne, fusilli en rigatoni vangen dikke sauzen beter op door hun holle of geribbelde oppervlak. Dan zijn er ook de gevulde varianten, zoals ravioli en tortellini, die vlees, kaas of groenten bevatten. Een minder bekende soort is orzo, een kleine pastavorm die op rijstkorrels lijkt. Orzo wordt vaak gebruikt in soepen of als bijgerecht. Per persoon reken je gemiddeld 70 tot 100 gram ongekookte orzo. Het laat zien hoe breed het begrip deegwaren eigenlijk is. Elke regio in Italië heeft zijn eigen traditionele vormen en bereidingswijzen, die nauw verbonden zijn met de lokale keuken en smaken.
De voedingswaarde van pasta valt mee
Pasta heeft lang een slechte naam gehad als het gaat om gezonde voeding, maar dat beeld klopt niet helemaal. Gekookte spaghetti of penne bevat relatief weinig vet en levert energie via koolhydraten. Een portie van 100 gram gekookte pasta geeft gemiddeld zo’n 130 calorieën. Volkorenpasta bevat meer vezels dan de witte variant, wat goed is voor de spijsvertering. Het echte verschil zit hem in de saus en de toevoegingen. Een romige saus met spek en kaas telt veel meer calorieën dan een lichte tomatensaus met groenten. Wie bewust eet, kan gerust van noedels en deegwaren genieten, zolang de rest van het bord ook gevuld is met groenten en eiwitten. De glycemische index van pasta is lager dan die van witte rijst of wit brood, wat betekent dat de bloedsuikerspiegel minder snel stijgt na het eten ervan.
Zelf pasta maken is eenvoudiger dan je denkt
Veel mensen kopen hun noedels kant en klaar in de winkel, maar zelf maken is een stuk leuker dan het lijkt. Voor een basisrecept heb je alleen bloem en eieren nodig. Gebruik bij voorkeur griesmeel van harde tarwe, ook wel semola genoemd, voor een stevige structuur. Het deeg kneed je een paar minuten tot het soepel is, waarna het een half uur rust in de koelkast. Daarna rol je het uit tot dunne vellen en snijd je het in de gewenste vorm. Verse pasta kookt in twee tot drie minuten gaar, veel sneller dan de gedroogde variant. Het resultaat is een zachtere, rijkere smaak. Wie eenmaal zelf deeg heeft gemaakt, wil vaak niet meer terug naar de verpakking uit de supermarkt. Het is ook een leuke bezigheid om samen met kinderen te doen op een vrije middag.
Veelgestelde vragen over pasta
Hoeveel pasta heb je nodig per persoon?
Voor een hoofdgerecht reken je meestal 80 tot 100 gram gedroogde pasta per persoon. Verse pasta weegt meer door het vocht, dus daarvoor gebruik je 100 tot 120 gram per persoon. Als pasta een bijgerecht is, is 50 tot 60 gram genoeg.
Wat is het verschil tussen verse en gedroogde pasta?
Verse pasta wordt gemaakt met eieren en heeft een zachtere structuur. Gedroogde pasta is vaak gemaakt van griesmeel en water, zonder eieren. Gedroogde pasta heeft een langere kooktijd en een stevigere beet, wat het goed maakt voor zware sauzen. Verse pasta is zachter en past beter bij lichte sauzen of gevulde bereidingen.
Hoe weet je wanneer pasta goed gaar is?
Pasta is goed gaar als hij al dente is: zacht aan de buitenkant maar nog licht stevig van binnen. Proef een stukje een minuut voor het einde van de aangegeven kooktijd. Als je een wit stipje ziet in het midden bij het doorsnijden, heeft de pasta nog iets meer tijd nodig.
Kun je pasta van tevoren koken en bewaren?
Gekookte pasta bewaar je maximaal drie dagen in de koelkast in een afgesloten bakje. Voeg een scheutje olijfolie toe om plakken te voorkomen. Warm de pasta op in de pan met een beetje water of saus. Bewaar de pasta bij voorkeur los van de saus, zodat hij niet te zacht wordt tijdens het bewaren.
